Met hoop, maar ook met een beetje angst leeft Argentinië toe naar de finale van de Copa América. Tegen Chili moet de eerste grote prijs sinds 1993 worden gepakt. Sindsdien ging het heel vaak mis voor de Argentijnen.

Want finales en de Argentijnse ploeg, dat is de laatste jaren allesbehalve een gelukkig huwelijk. Nadat 23 jaar geleden met spelers als Gabriel Batistuta, Oscar Ruggeri, Diego Simeone en Fernando Redondo de Copa América werd gewonnen, begon een prijzendroogte die niet hoort bij een topland als Argentinië.

Liefst zes finales gingen vanaf dat moment verloren. Drie in de Copa, twee in de Confederation Cup en uiteraard ook de laatste strijd om de wereldtitel.

Lionel Messi, die vrijdag jarig was, zal zich dan ook maar een verjaardagscadeau hebben gewenst. Eindelijk een keer een hoofdprijs in dat blauw-wit. Het Argentijnse wonderkind, inmiddels 29 jaar, behaalde op individueel en clubniveau ongeveer alle prijzen die je maar kunt bedenken.

Maar bij de nationale ploeg is de oogst vooralsnog schraal: slechts een olympische titel en een wereldtitel voor onder twintig jaar staan er op de cv van Messi, die deze week Argentijns topscorer aller tijden werd.

De vijfvoudig Wereldvoetballer van het Jaar is in blakende vorm op deze Copa, getuige zijn vijf goals en vier assists. Hij was echter ook flink aan het mopperen over een vertraagde vlucht, waarin de Argentijnen van Houston naar finaleplaats New Jersey werden verscheept.

Die ergernissen zullen zondagnacht geen rol meer spelen. Dan probeert Argentinië om net als in de poulefase - toen het met 2-1 won - van Chili te winnen. Messi en zijn vrienden is er alles aan gelegen om het duel niet op strafschoppen te laten aankomen.

De herinnering aan de verloren finale van vorig jaar op de Copa tegen de Chilenen, is nog akelig vers. Chili won toen via penalty's. Gonzalo Higuaín en Ener Banega misten destijds namens Argentinië vanaf de stip. (FOX Sports)