Ajax heeft in de eerste ontmoeting met Standard Luik in de derde voorronde van de Champions League met 2-2 gelijkgespeeld.

Daar zag het na 45 minuten bepaald niet naar uit. Toen ging de ploeg van trainer Erik ten Hag nog riant met 0-2 aan de leiding.

Huntelaar
De Belgische topclub kreeg in het begin twee aardige schietkansen, maar het was Ajax dat de score opende.

In de negentiende minuut verraste Dusan Tadic zijn directe tegenstander met een schaar en knappe voorzet met rechts. De sluwe Klaas-Jan Huntelaar hoefde de bal bij de tweede paal maar op zijn hoofd te laten vallen: 0-1.

Meteen daarna kreeg Orlando Sá een grote mogelijkheid op de gelijkmaker. De Portugese spits besloot de bal echter achter het standbeen richting doel te werken, terwijl een schot binnenkant voet vrijwel zeker de 1-1 had betekend.

Tadic
Een dure keuze, in het nadeel van Standard, zo bleek later. Tadic bewees namelijk zijn gewicht nogmaals in goud waard te zijn: zijn schot van net binnen de zestienmeter verdween hard in de hoek, onder de Mexicaanse doelman Guillermo Ochoa door: 0-2.

Net voor rust raakte Lasse Schöne ook nog met een zwabberbal uit een vrije trap de lat.

Keerpunt
Ajax kwam in de tweede helft, vanuit het niets eigenlijk, alsnog in de problemen. Mehdi Carcela schoot van afstand raak (1-2) en kort daarop raakte Renaud Emond de paal.

De Belgische spits mocht in het slot een penalty benutten, waardoor de uitstekende uitgangspositie voor Ajax als sneeuw op een zomerse dag razendsnel was verdwenen: 2-2.

Volgende week is de return in Amsterdam. (FOX Sports)